EASTCOAST LAST BITS

En toen reden we van staatsbos naar staatsbos en werd het kouder en kouder. We warmen ons bij kampvuren met stoofvlees. In Canberra bezoeken we de National Gallery. De aangelegde hoofdstad doet aan Berlijn denken, het zij een heel saai Berlijn.

Onderweg zetten we de bus alvast te koop.  Als we ijs zien op een meertje vinden we het wel mooi geweest en rijden naar Melbourne waar we in ons oude huis op de bank mogen slapen. We zijn net op tijd terug om afscheid te nemen van vrienden.

We brengen de bus naar de garage voor de gevreesde victoriaanse variant op de APK. Een paar uur later belt de monteur 1200 dollar door. Ahum. De wetgeving is verkopers niet gunstig gezind – de defecten waren er al toen wij hem kochten maar zijn door de vingers gezien door de vorige monteur. We besluiten de prijs te verlagen en nog een paar dagen te kamperen in een plots lenteachtig Melbourne.

We bezoeken een Emoe boerderij. De beesten blijken als gekken te gaan rennen als je hoge geluiden maakt. Soms storten de vogels zich tegen de grond in de de meest vreemde houdingen. De boerin noemt het dansen maar dat vinden wij teveel eer.  Naïef vraag ik of de beesten worden gehouden voor de eieren of voor het vlees, maar het blijkt dat je de beesten om kan smelten tot een heerlijke huidolie.

Terug in Melbourne gaat de verkoop tussen een jonge Duitser en een stijve oude man die nauwelijks in de auto past. Tijdens de testrit houdt hij zijn voet op de koppeling en klinkt de bus als een raket. We kiezen voor de Duitser en nemen afscheid van de Mazda. Om de onverwacht soepele verkoop te vieren vreten we ons drie dagen lang de longen uit het lijf en boeken we een ticket naar Bali. DAAAAG Melbourne.