Northern Teritory

We laten West Australie achter ons en rijden Keep River in, het eerste national park over de grens. “Verzamel vanaf hier uw brandhout” en “Drinkwater” zijn de eerste bordjes die we tegen komen. We zijn weer welkom en dat voor 3,30 pp. De rivier ligt droog net na het regen seizoen en dat is maar goed ook anders is het onmogelijk de campings te bereiken.

In de ochtend wandelen we vroeg als is het om negen uur eigenlijk al niet meer uit te houden. De rest van de dag hangen we wat voor het busje. ’s Nachts is het klam, we luisteren naar het schreeuwen van roofvogels vanuit onze kuiltjes bed gevuld met zweet. Ondanks het hor zijn er tientallen insecten in de bus gekropen, waarvan er 1 verdacht veel op een vliegende kakkerlak lijkt. Het is te warm om ons er iets van aan te trekken.

We rijden in twee dagen door naar Katherine, waar we midden in het dorp kunnen zwemmen in een bron. We negeren het krokodillen bord, want “dat is alleen bij overstromingen, de gemeente is te lui om het weg te halen”. Het water is kraakhelder.

Twintig kilometer onverharde weg scheiden ons van een privé rivier. De Mazda werkt zich er vrolijk doorheen, wel is het nu duidelijk dat er definitief geen stoffilters aanwezig zijn. We liggen wat aan de oever. Het is nog steeds bloed verziekend heet dus observeren we een soort mug die zich tegoed doet aan niet nader te noemen lichaamsdelen. Tot zo ver het naaktzwemmen.
We bereiken Darwin, waar we kamperen bij mensen in de tuin. We praten wat met andere backpackers. De geluksvogels hebben werk gevonden. Ze mogen de slaapvertrekken van de mijnwerkers schoonmaken. Tien uur per dag bij 40 graden in volledige mijnwerkers uitrusting. Protocol.

Wij drinken lekkere koffie (wow al 2 keer deze reis) en zijn 5 winkels op zoek naar een betaalbaar matje voor een ongekend wandel avontuur in Litchfield national park. De volgende dag rijden we weer naar dezelfde winkels om een waterfilter te halen. Lekker rivierwater.