LITCHFIELD NATIONAL PARK TABLETOP TRAIL

Dag 1
Het matje van Anouk loopt langzaam leeg. Twee derde van de rest van de minuscule binnentent wordt in beslag genomen door mijn opblaasbaar kasteel van amper twaalf dollar. Het blijkt een lang weekend te zijn, de camping in het national park staat daarom barstensvol. Wijselijk besluiten we de eerste 6 kilometer naar de boscamping te lopen. Eitje beweren we, zelfs met onze royaal gevulde rugzakken.

Het begin van het wandelpad loopt om de prachtige waterval van Wangi. Na een steile klim staat er een bordje “Tabletop trail gesloten ivm bosbranden”. We lopen door en negeren het bord uit 2015. Na precies 1 markeringsbordje zijn we het spoor volledig bijster. Niet getreurd worstelen we ons een weg langs het, op de kaart duidelijk zichtbare, stroompje. Over stroompjes gesproken, de eerste druppels zilte zonnebrand stromen langzaam mijn rechter oog in.

We zijn begonnen aan de Tabletop trail, een negenendertig kilometer lange wandeling van drie tot vijf dagen. Na twee kilometer worstelen, vinden we het hoofdpad. Na 5 zware kilometers vinden we de bushcamping. We koken op een vuur en gaan gauw het tentje in. We liggen in de middle of nowhere en Anouk d’r matje loopt langzaam leeg.

Dag 2
Als we net, bij wijze van ontbijt, een gortdroog broodje naar binnen schuiven, hollen er 40 man door ons kamp. “Sorry” roept de een, “Ja, het hele rondje” stamelt een ander. Een marathon over ons wandel parcours. In ieder geval is het pad vanaf nu goed te volgen. Er hangen honderden lintjes om het de hardlopers iets makkelijker te maken. Ik vul de hipster LifeSaver fles met rivierwater waarbij ik mijn voeten onderdompel in de kolkende rivier. Kut. We beginnen soppend aan de volgende 9,5 km.

Ondanks de lintjes dwalen we een aantal keer van het pad af maar komen redelijk volgens schema aan bij een camping. Vol. Wel zwemmen we hier weer in een van de poeltjes met ALWEER een pittoreske waterval. Een van de geluksvogels die wel een plek heeft bemachtigd kent het pad dat wij lopen. Ze wijst ons een plek aan die niet op de kaart staat aangegeven als camping maar waar het wel super mooi is, “gewoon het geluid van het water volgen”.

We volgen het geluid van water iets langer dan gepland en het dag totaal loopt op tot ONGEZOND. Nog eens 10 kilometer brengt ons bij een steile helling met de mooiste waterval tot dan toe – het zij zonder plek om onze minuscule tent op te zetten. Onze royaal gevulde rugzakken beginnen tijdens de klim terug omhoog toch echt door te wegen. We zetten de tent op, op een strookje zand. Geen hout te vinden in het grasland, dus we gebruiken ons Duitse bivak vuur setje om water te koken. Een uur later hebben we een halve liter lauw water. Had ik al verteld over de muggen?

Dag 3
De rode bulten op Anouk d’r benen zijn niet te tellen. Het resultaat van zwermen muggen in de vroege avond van Dag 1 en zo ook Dag 2. Tevens groeit er hier een plant die, vrij vertaald, glasgras heet. Als een mes door de boter, overal rode striemen, want wij lopen in korte broek. Het blijkt dat ik zelf, onbewust, om de vijftig stappen met mijn rechtervoet tegen mijn linker enkel aan trap. OMOVERDEBLARENMAARNIETTEBEGINNEN.

Gelukkig, zo zeggen we, doen we het vandaag rustig aan. Het is slechts 12,4 km Naar de volgende camping, waar we ons zullen laven aan WEER een waterval. Twee riviertjes onderweg zorgen ervoor dat onze royaal gevulde rugzakken royaal gevuld zijn met water (en een halve kilo noten en zes pakken ongebruikte noedels plus couscous voor een week). Begin van de middag komen we aan bij de camping, maar is de grote vraag, hebben we zin in nog een nacht op een lek matje in een te krappe tent? Nee, besluiten we, die laatste drie kilometer (plus 1, plus de wandeling terug naar de loopwalk, plus de trap af naar de parkeerplaats) kunnen we ook nog wel hebben.

Plotseling zijn de marathon lintjes verdwenen. We zijn overgeleverd aan de officiële parcoursmarkering. Het wandelen, wat inmiddels meer op strompelen lijkt, wordt nu afgewisseld met het in blinde paniek staren naar de horizon. De 3 km die we hadden ingeschat als ‘een makkie’ loopt langs een zeer rotsige rivierbedding. Voeten kletsnat, knieën protesteren, schouders kreunen. Maar dan! Een bordje! Slechts twee kilometer scheiden ons van een gesloten kiosk en warm bier uit een nog warmere koelbox. We vinden het pad, het pad dat op de heenweg niet bestond, en vooruit ik zak nog een keer weg in de modder. De laatste 500 treden gaan als een waas aan me voorbij. Ik pink een traantje weg. Steek mijn pink in mijn mond. Godver, toch gewoon zweet met een zweem van zonnebrand.

*Het volledige parcours is afgesloten op de dag dat we terug kwamen in Wangi ivm hevige bosbranden in de omgeving. Niets van gemerkt.