West Coast

We staan twee dagen in en om Geraldton, de grootste stad tot Darwin. Achter een woonwijk in de duinen maken we stiekem een kamp. We droppen onze lifter bij een tankstation en rijden verder naar het noorden, waar we parkeren op een stoffige vlakte met betonnen tafels om een plan te maken.

Het plan heet SHARK BAY, als dat niet goed klinkt weet ik het ook niet meer. We rijden 175 km het schiereiland op om erachter te komen dat wildkamperen verboden is – zelfs onmogelijk omdat er maar 1 weg loopt, die de boswachter elke ochtend rond 6 uur checkt. Wel heeft de gemeente, die blijkbaar erg onder druk staat van de exorbitant dure campings, drie zones aangewezen waar je mag overnachten, als je een vergunning aanschaft van 15$ per nacht. Met het ingezamelde geld worden in ieder geval geen toiletten aangelegd.

De laatste boswachter vrije zone ligt 100 km voor Denham. Het is een kwestie van wachten tot de vliegen ondergaan met de zon en poepen in het donker – het pad verlicht met propjes wc-papier glinsterend in het maanlicht. Een man die zijn hond uitlaat geeft het voorbeeld en ruimt de hondenpoep op.

Helaas is het winderig en zien we geen mantra’s of rif haaien vanaf de lookout. Met een 4×4 zou je diep het natuurgebied in kunnen, maar helaas hebben we daar geen 600$ voor over. De 190$ voor 2,5 uur op een bootje laten we ook aan ons voorbij gaan. Sterker nog, we zijn het beu en rijden gauw 250 km terug naar het volgende zanderige shithole langs de weg.
Rond Carnarvon worden de gratis plekken vervangen door bordjes ‘verboden te kamperen’. We nemen de afslag Blowholes en dat klopt. Verderop betalen we voor een camping zonder toiletten – een plek waar ze een grijze duif elke dag het geld laten innen als ‘caretaker’. Dit is het eerste mooie snorkel strand. Het water schijnt koud te zijn en daarom weinig kleur, maar heel veel vis. Anouk spot een grote octopus die zich onder een rots heeft verschanst, ik verdrink bijna omdat de duikbril net niet helemaal lekker sluit. Bij nog een duik spot Anouk een schildpad, ik niet.

Ook de caretaker is niet onder de indruk. Hij blijkt de octopus goed te kennen en regelmatig een biertje met hem te gaan drinken, ook al doet zijn fysiek anders vermoeden – de laatste keer snorkelen moet nog van voor zijn pensioen zijn. Ondanks de 50 meter die we naar het toilet moeten lopen, drukt hij ons op het hart te doen alsof we een chemisch toilet aan boord hebben. Het zou niet eerlijk zijn ten opzichte van de caravans van een ton dat wij niet aan de regels zouden voldoen.

Na nog maar eens een takken eind rijden, stranden we in Coral Bay – 2 DURE campings en een nog duurdere supermarkt. Dit is het allemaal waard omdat we eindelijk zijn aangekomen bij een van de mooiste, en zeker de best bereikbare, koraalriffen ter wereld. Op nog geen 50m zwemmen van het strand begint een schijnbaar oneindig rif. Je kan je laten terug drijven naar het strand. Na twee dagen zwoegen met onderwaterhuis gaan we de laatste dag zonder apparatuur het water in, in de hoop toch nog een schildpad te zien. Extra ver uit de kust zien we een kleintje, niet gediend van mensen. Later, een grote die niet onder de indruk is van mensen en rustig door eet op 50 centimeter van mijn snorkel.