KARIJINI

Na twee dagen langs de weg kamperen, op prima plekken, vervangen we de kust voor een rivier. Karanjini national park. Voor een trip van 700 kilometer verandert het landschap traag, maar langzaamaan kleuren de donkerrode kliffen licht groen. “twee nachten”, zonder overleg, maar zoals mijn moeder dat zo mooi zegt “ik wil ook een keer zijn”. In de ochtend lopen we de wandelingen door de vallei en er om heen, langs de rivier liggen een paar plekken waar je kan zwemmen. De papegaaien drinken water boven de waterval en Anouk stoor haar hoofd, hard, tegen een overhangende rots. De Fransen groeten je met een vrolijk ‘Ghello’ en de vissen knabbelen aan je tenen. Kortom, het mooiste park sinds tijden. Dit alles vieren we met een uitstekende wijn van negen dollar voor twee liter.

De volgende dag is het ‘de dag waar Anouk zich al weken druk om maakt’. De dag van mijn dertigste verjaardag. Een Full English en een nieuwe hoed tegen de vliegen later, vertrekken we voor een lange rit. We kiezen dit keer voor een station stay (in dit geval een overblijfsel van een mijn in de omgeving). De mensen zijn vreemd en gastvrij, eigenschappen die je met de enorme warmte mee krijgt. We worden uitgenodigd voor het ‘bring your own, happy hour’. Waar men godzijdank wel een biertje wil ruilen voor een gouden munt. We zitten aan tafel met zo’n 15 vergevorderden en een jong gezin. We worden half verstaanbaar aangemoedigd om de volgende dag vooral naar Red Rock te rijden, ‘een soort mini Ayers Rock’. Ook blijkt de Australische goudkoorts nog steeds niet opgedroogd. Het blijkt een hobby voor velen om dagen lang op zoek te gaan naar goud. In de praktijk betekent dit uren lang op de knieën door een rots heen bikken voor een korreltje goud.

‘s Avonds glibbert er een zwartkop python(3,5m) door het kamp, we besluiten de deuren toch maar dicht te houden. ’s Ochtends bezoeken we uit beleefdheid Red Rock. De 9km ‘beetje zanderig’ blijkt eigenlijk ongeschikt voor de Mazda, maar stoppen is geen optie dus slippen we dapper voort. Met grote blijdschap kunnen we melden dat Red Rock zijn naam waar maakt. Hij is rood en een rots, en tevens onze eerste aanraking met de Aboriginal cultuur. Helaas bleek deze Aboriginal geen van Gogh. Een ander hoogtepunt langs de route was een herdenkingsteen voor een vliegtuigcrash in 1968 – mocht ik me ooit doodrijden, leg dan alsjeblieft niet de velgen van het wrak op mijn graf. De stukjes verwrongen metaal waren niet op hun plek.