250KM

“Ik leg het je nog een keer uit. Het is nog 2 uur en 50 minuten rijden. 1 uur is 100 km, 2 uur is 200 kilometer dus 50 kilometer is… shit” Anouk lacht me uit. De nullarbor – geen bomen – is de grofweg 2000 kilometer van oost naar west Australië. Na een kilometer of dertig loop het kwijl van verveling langs je kin. Bij de eerste benzinepomp denk je dat je koorts hebt, toch stijgen de prijzen sneller dan je temperatuur. Dat voel je terwijl je een paar vliegen van je voorhoofd veegt. Volgens de reisboeken ben je bezig aan een epische reis, het enige wat wij tegen komen is een epische tegenwind. Die in een uurtje 100 km van onze tank doet verdampen. Een grijze nomade die verwart rondhangt in een van de roadhouses wordt verteld dat het eten in het restaurant heerlijk is. “Maak dat de kat wijs” snuift ze in een helder moment. Wij moeten nog 250 kilometer dus ik leg Anouk nog maar eens uit hoe lang we daar over doen.