South Oestralie II

Australiërs. Als je ze echt van dichtbij wilt zien moet je in je achteruitkijkspiegel kijken. De bus doet 1 op 8 als we negentig rijden, dus tuffen we regelmatig met 70 over de snelweg. De Australiër houdt geen afstand en kan dus niet zien of hij ons kan inhalen. De frustraties bij de slingerende pick-ups maakt steeds minder indruk.

De grootste kwaliteit van gravelwegen is hun volkomen on voorspelbaarheid. 12 km over een door trailers volkomen vernielde weg, duurt bizar lang. De app die ons hier naar hoe stuurt benoemde de locatie als ‘paradijselijk’. Het extreem droge weitje en de rukwinden zijn dit op het eerste zicht niet. Als we in de pleures wind staan te koken komt de hoofdattractie zich melden, Doug – Duitsers noemen me Dog, met zijn hond met minimaal 15 kilo overgewicht. Deze bioloog/full time verhalenverteller zorgt dat iedere backpacker het naar zijn zin heeft. Hij is voornamelijk bekend van CHANNEL 9, die een item over zijn in gevangenschap opgegroeide kangoeroe van 2,5 meter hebben gemaakt. Hij leent ons een krabbennet zodat we in de mangrovebossen krabben kunnen vangen. ‘4,5 minuut koken en laten schrikken met zeewater, geen seconde langer.’ Er staan hoge boetes op het vangen van te kleine krabben of vis, maar gelukkig is het van een ijsverpakking gemaakte meetlint buigzaam. De hond hoeft tenslotte ook niet aan de riem en ik geloof dat de kano ook niet het beschermde gebied in mag.

’s Ochtends koken we de krabben en rijden naar de volgende stek. Hier schraap ik de onderkant van de bus voor het eerst over een steen, maar dit drukt de stemming nauwelijks. De stille overburen lachen ons uit en geven ons een nacht te laat een bus insektenspray cadeau. Anouk vindt, weer een dag later, een mug in haar oor. ‘Het zou ook wel eens een zandvlooi kunnen zijn’ volgens een andere buurman.

De zilte zee lucht begint de bus inmiddels aardig in te meuren. ‘Oesters 8,50’ is het eerste teken dat we in de buurt komen van Coffinbay. Al gauw blijkt dat bij mij de rek er wel uit is na een dozijn. In de Esky blijven ze gelukkig lang genoeg goed om ze mee te nemen naar Lochs Well, het mooiste stuk kust dat we hebben gezien. Ook dermate ruw dat het verboden is om te zwemmen, Australië blijft een onvriendelijk land. Een praatje met een visser zorgt voor het avondmaal. Drie, ‘tommies’, Australische haringen. Een enorme zalm houdt hij helaas voor zichzelf.

De hoop om, zonder een astronomisch bedrag te betalen, toch met zeeleeuwen te zwemmen doet ons besluiten om 60, zestig!, kilometer over een dirtroad te rijden. Wederom verboden te zwemmen en op een klif eindigen we op een platform met 15 grijze nomaden. 1500 dollar om in een kooi naar een witte haai te kijken hebben we ook al niet, dus wordt het tijd voor de grootsche oversteek. Een avontuur van episch formaat, met ongekende benzineprijzen.