On the Road Again

  • Ik Schrijf dit stukje op een plek in South Australia. De vliegen die in Melbourne net weg waren hebben zich hier verzameld. Ik heb een stuk hor over mijn hoofd getrokken en ik heb een half lege accu. Vergeef me de spelfouten.

Na een half jaar Melbourne kunnen we dan eindelijk weg. Anouk zet haar laatste koffie en ik kan godzijdank nog een paar dagen werken als freelancer.

Het vers aangeschafte roofrack maakt het rijden een stuk avontuurlijker. Binnen klinkt het als een orkaan en alles sterker dan windkracht 2 voelt ook zo. De eerste tankstations jagen ons weekbudget er rap doorheen.

Als goed teken hangt er bij de eerste camping een koala boven de bus. Toch rijden er drie busjes rumoerige Duitsers door de schemering het terrein op. Nein, nein, nein.

Ondanks een koel en regenachtige periode is the great ocean road erg mooi. Het weer geeft me voorlopig een excuus om niet het koude water in te hoeven om de act Verdrinkende-Europeaan-met(1.0)-en-zonder(1.1)-Surfplank ten tonele te brengen. Verder is het wel erg toeristisch. Zo kijken we met 6 toeristenbussen naar een koala. De papegaaien eten chips uit de handen van drommen Chinezen. De beroemde 12 apostels kun je aanschouwen onder het brommen van af en aanvliegende helikopters. De dag kan je doornemen met 14 man tegelijk op de toiletten. Het is vrijwel onmogelijk een foto te maken zonder achterhoofden. (De vroege ochtend of avond schijnt beter te zijn, maar ey daar kunnen we niet op wachten. En gelukkig staat het beroemdste uitzicht van Australiƫ ook gewoon op de cover van de Lonely Planet.

Later zien we broedgebieden van kolonies zeeleeuwen (vanaf een klif van 80 meter). Hier spotten we ook enkele verbaasde kangoeroes. Het gaat dus goed,. Na half negen is het veelal droog en niet stervenskoud. Lastig schrijven dus.